Meer biggen gezond spenen, hoe doe je dat?
Tijdens een inspiratienamiddag op 7 februari, georganiseerd door Inagro en DGZ, deelde Prof. Dr. Jeroen Degroote (UGent) zijn inzichten over kraamopfok, multisuckling en dubbeltomen. Deze technieken kunnen helpen om meer biggen gezond te spenen, zonder dat een voorspeenlokaal of couveuse nodig is. Op die manier blijven er meer biggen bij de zeug, en voorkom je problemen rond of kort na het spenen. Heb je deze sessie gemist? Geen zorgen, we zetten de belangrijkste punten voor je op een rij.
Spenen op jonge leeftijd veroorzaakt stress
In de gangbare varkenshouderij gebeurt het spenen van biggen op jonge leeftijd. Dit gaat gepaard met vrij grote veranderingen zoals het scheiden van de moeder, ander voeder, andere omgeving, mengen met andere biggen. Voor deze biggen betekent dit een hoop stress. Op veel bedrijven zien we als gevolg hiervan verteringsproblemen en ontstekingsreacties in het maagdarmkanaal bij de biggen, wat aanleiding is voor o.a. speendiarree.
Om deze speenovergang vlotter te laten verlopen, zoeken we naar andere technieken. Voorbeelden hiervan zijn kraamopfok, groepsopfok (of multisuckling) en dubbeltomen. Een woordje uitleg.

Wat is kraamopfok?
Bij kraamopfok blijven de biggen na het spenen nog een zekere tijd in het kraamhok. Dit kan gaan van een week, of zelfs tot aan het moment van opzet in de vleesvarkensafdeling. In plaats van een traditioneel kraamhok, spreken we hier van een combinatie van een kraamhok en een biggenafdeling.
Wat zijn de voordelen?
- Minder veranderingen voor de biggen.
- Biggen blijven nog een tijdje in hun vertrouwde omgeving, samen met hun toomgenoten.
- Minder ziekte-overdracht op moment van spenen.
- Betere voederconversie en snellere groei in de periode kort na het spenen.
Wat zijn de uitdagingen?
- Geschikte vloer voor zeug én biggen nodig.
- Het biggennest (of verwarmde vloerplaat) moet groter zijn dan in een traditioneel kraamhok.
- Aangepast voercircuit en voederbakken nodig voor na het spenen.
- Aangepast ventilatiesysteem nodig.
- Kraamkooi moet opklapbaar zijn.
Op dit moment zijn er geen wettelijke ammoniakemissienormen voor dit specifieke type van afdeling en kan het vergund krijgen van eenzelfde hok zowel als kraamhok én als biggenhok ook complex worden.
Is dit arbeidsbesparend?
Dit is moeilijk in te schatten. Enerzijds win je in arbeid door het niet verplaatsen van de pasgespeende biggen naar de biggenstal. Ook de reinigingsbeurt van de biggenstal komt te vervallen. Anderzijds is het sorteren van biggen, bijvoorbeeld op geslacht, op een gewicht van 25 kg moeilijker dan bij het spenen en “lopen” de biggen misschien iets trager bij het verplaatsen naar de vleesvarkensstal.
Brengt het meer op?
Ook hierover is nog veel onduidelijkheid. De meeropbrengst is deels te halen uit een lager gebruik van prestarter of speenvoeder, maar zou zich vooral moeten uiten in een lagere medicatiekost en een betere gezondheid van de biggen. Daartegenover staat een hogere (bouw)kostprijs. Vooral het extra vloeroppervlak en de aangepaste inrichting bepaalt deze kostprijs. Uiteraard bespaar je de kost van een biggenstal uit en moet je dit ook in rekening brengen.
Wat is groepsopfok of multisuckling?
Groepsopfok is een strategie waarbij twee of meer niet-verwante tomen al in de kraamstal met elkaar gemengd worden. Je kan groepsopfok toepassen door de hokafscheidingen tussen verschillende kraamhokken weg te nemen of door gebruik te maken van luikjes in de hokafscheidingen. De biggen kunnen dan vrij rondlopen in de gang en kunnen zuigen bij meerdere zeugen.
Wat zijn de voordelen?
- De biggen wisselen al ziektekiemen uit tijdens de lactatie en dus vóór het spenen, wanneer ze nog voldoende bescherming genieten vanuit de biest en de moedermelk.
- Biggen kunnen op latere leeftijd beter omgaan met sociale en niet-sociale uitdagingen.
Wat zijn de uitdagingen?
- Een volle vloer in de gang wordt snel vuil.
- Biggen uit verschillende tomen gaan met elkaar vechten. Hoe vroeger je ermee begint, hoe minder de biggen vechten.
- Beperk het leeftijdsverschil tussen de biggen van de tomen die je mengt.
- Let erop dat er geen kleine biggen tussen zitten.
Groepsopfok van 3 tomen geeft het beste resultaat op vlak van eetgedrag en het voorkomen van huidletsels van de biggen in vergelijking met groepsopfok van 10 tomen.
Wat zijn dubbeltomen?
Bij dubbeltomen neem je ook de hokafscheiding weg en meng je ook verschillende tomen, maar hier plaats je extra biggen bij de zeug. Zo kan je bijvoorbeeld 40 biggen bij 2 zeugen plaatsen (2/40 systeem) of 60 biggen bij 3 zeugen (3/60 systeem). Dit doe je al vanaf een jonge leeftijd, om zo de biggensterfte te verlagen. Je kan dit systeem al dan niet met “split suckling” combineren. Bij split suckling maak je 2 groepen biggen, die je dan bijvoorbeeld om de 12 uur wisselt. Intensief bijvoederen met kunstmelk, al dan niet automatisch, is noodzakelijk. Voor de biggen die je afzondert, moet je een extra verwarmd biggennest voorzien en moet je intensief bijvoederen.
Wat zijn de voordelen?
- Deze biggen kennen een hogere voeropname na het spenen.
- Deze techniek is een oplossing voor overtallige biggen, een alternatief voor de moederloze opfok in een nursery.
Wat zijn de uitdagingen?
- Het sterftepercentage kan soms hoger kan uitvallen in deze samengestelde tomen. De belangrijkste oorzaak is de beperkte toegang tot de uier, wat aanleiding geeft tot zwakkere biggen, en meer sterfte door doodliggen.
- Selectie van de zeug die in dergelijk systeem wordt gebruikt is hier cruciaal. Selecteer zeugen met een pariteit van 2 tot 5, een lage biggensterfte en hoge melkgift in de voorgaande worp(en), een rustig karakter, goed beenwerk en een bijzonder vlot werpproces en probleemloze voederopname.
Welke methode past bij jouw bedrijf?
Niet elk systeem kan in elke stal toegepast worden, en niet alle zeugen zijn geschikt om hiervoor in te zetten. Van elk systeem bestaan er ook meerdere variaties, het is dan aan de varkenshoud(st)er om te proberen en uit te testen wat op zijn of haar bedrijf het beste werkt. Daarnaast blijft een goed kraamstal- en speenmanagement essentieel: zorg voor een warme, droge en hygiënische omgeving bij spenen, voldoende eetplaatsen en vers water van goede kwaliteit.
Heb je vragen? Neem dan gerust contact op via helpdesk@dgz.be of 078 05 05 23, onze helpdeskmedewerkers helpen je graag verder. Of neem een kijkje op onze website.

Dit project kwam tot stand met de steun van www.vlaanderen.be/pdpo, www.ec.europa.eu/agriculture/ en de provincie West-Vlaanderen.
Tekst: Inagro