Nieuw koninklijk besluit verscherpt de strijd tegen Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis
Op 20 februari 2023 is het nieuwe Koninklijk Besluit (KB) over Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) in het Belgisch Staatsblad verschenen. Dit besluit treedt in voege op 3 maart 2023. Het legt de nieuwe maatregelen vast die de Belgische rundveesector moeten ondersteunen in de richting van het Europees erkende statuut IBR-VRIJ voor België. Runderen afkomstig van besmette beslagen, voorheen I2-beslagen, mogen alleen nog rechtstreeks afgevoerd worden naar een slachthuis of naar een afmestbeslag. Geïnfecteerde runderen dienen tegen uiterlijk 31 oktober 2023 afgevoerd te worden. Voor beslagen die hun vrije statuut verloren, voorziet het besluit soepelheid voor de termijnen voor de afvoer van deze geïnfecteerde runderen.
Waarom een bestrijdingsprogramma?
België bindt al sinds 2007 de strijd aan tegen IBR. Het bestrijdingsprogramma is gestart als een vrijwillig programma maar werd in 2012 voor alle rundveehouders verplicht. In 2014 verkreeg België voor zijn IBR-bestrijdingsprogramma van de Europese Commissie de artikel-9 status. Dat betekent dat ons land aanvullende garanties rond IBR kon vragen voor runderen die vanuit andere lidstaten of gebieden met een lagere status werden binnengebracht.
De uiteindelijke doelstelling van het bestrijdingsprogramma is om IBR helemaal uit te roeien. Van zodra ons land de ziektevrije of artikel-10-status bereikt, moet het geen aanvullende garanties meer leveren om dieren binnen de EU te kunnen verhandelen naar andere lidstaten of regio’s die ook een artikel-10 status hebben.
Op naar de ziektevrije status
Het nieuwe KB IBR bevat maatregelen om verdere stappen in de richting van de ziektevrije status te kunnen zetten. In de loop van de voorbije jaren nam het aantal vrije beslagen gestaag toe. We zien echter toch nog geregeld beslagen die hervallen, vaak na aankoop van een besmet rund, wat erop wijst dat er nog virus circuleert. Aandacht voor een goede bioveiligheid is hier het codewoord.
Vleeskalverbeslagen en afmestbeslagen dienen bij het in voege treden van het besluit minimaal het statuut ‘besmet’ te hebben. In een latere fase zullen deze beslagen aangestuurd worden naar een IBR-vrij statuut.
Het IBR-bestrijdingsprogramma wordt gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid en financieel ondersteund door het sanitair Fonds Runderen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) controleert de naleving van de maatregelen.
Bron: Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu